In oktober 1998 stond de Catalina PH-PBY in een vliegende storm op Schiphol. Eerder al waren de blisters, die geleend waren van het MLM, door de Koninklijke Marechaussee eraf gehaald en stonden er vele liters water in romp en vleugels. Op een zondagochtend werd het bestuur van de Stichting Neptune Association (Arnold Timmer, Juul Akkermans en Prudent Staal) naar Schiphol gelokt om te kijken of er mogelijkheden tot restauratie waren. Allereerst bleek het mogelijk de Catalina in een van de voormalige Fokkerloodsen onder te brengen. Al tijdens het slepen werd duidelijk hoe immens veel water er aan boord moest zijn (± 3000 ltr. bleek later).

Na koortstachtig overleg met de leiding van het Marinevliegkamp Valkenburg (MVKV), bleek er best veel belangstelling en bereidwilligheid te zijn om het vliegtuig daar onder te brengen en te faciliteren. De toenmalige commandant, kapitein ter zee Anne van Dijk, was zeer positief. Plannen werden gemaakt voor de ferryvlucht. Voordat dat allemaal kon gaan plaatsvinden moesten natuurlijk eerst de blistergaten worden afgedicht. Deelnemers van de SNA en tevens oud-Fokker werknemers, togen naar Schiphol om de blistergaten af te dekken met aluminium platen en deze vast te klinken.

11-05-1999     De ferryvlucht van Schiphol naar het MVKV werd door weersomstandigheden pas op 11 mei 1999 uitgevoerd. Na koortsachtig overleg met de Inspectie Verkeer en Waterstaat (IVW) kreeg de bemanning uiteindelijk toch toestemming om naar het MVKV te vliegen. Het toestel werd bemand door Chris Goezinne, Guy Putker en Pim Goedbloed.

Op Valkenburg aangekomen waren er meteen (te) hoge verwachtingen t.a.v. de restauratie, maar dat viel tegen. Maandenlang stond de Catalina buiten en sporadisch werd ze in hangaar 6 gezet. Met het Hoofd Onderhoudsdienst (HOD), Kltz Bernard Wortelboer, werd afgesproken dat de Catalina in hangaar 6 geplaatst mocht worden mits er ook drie Orions, een Grumman Tracker en de huidige toestellen die op dat moment in hangaar 6 stonden geplaatst konden worden.

De uitdaging werd aangenomen en op enig moment op een zaterdag in augustus zag de SNA de kans schoon. Eén Orion stond binnen en onze Cat werd naar binnen gesleept. Eerder had ik (Prudent Staal) een plan voor de opstelling gemaakt en in mijn visie moest het kunnen. Het enige dat lastig was, was de energieboom, dat is een beweegbare boom voor spanning en perslucht in de hangaar op de werkplekken. Urenlang zijn we bezig geweest, het ging tergend langzaam, centimeter voor centimeter om een perfect resultaat te bereiken. En dat was het, precies in de hoek zonder een Orion te dwarsbomen. Een schitterende plaats voor de komende drie jaar. Omdat het vliegtuig luchtwaardig was dacht men binnen een half jaar het toestel weer in de lucht te hebben. Dat pakte toch anders uit.

Wij gingen op zoek naar een gecertificeerde partner die de Catalina onder haar hoede zou kunnen nemen. Dat bleek uiteindelijk Atlantic Aero Engineering uit Engeland te zijn met hun quality manager (QM) Stuart Powney, die ook QM was van Plane Sailing (De stichting die de Engelse Catalina in beheer heeft). Chief engineer Garry Short werd bereid gevonden om de restauratie op zich te nemen. Ger Hoogland en ik zijn naar Coventry getogen om ons te kwalificeren voor het onderhoudssysteem. Daarna zijn er plannen gemaakt in een soort van vierhoeksverhouding, zijnde de Stichting Neptune Association, Atlantic Aero Engineering, de Britse Civil Aviation Authority en IVW.

Enkele foto's tijdens de restauratie in 2003:

  • 01
  • 02
  • 03
  • 04
  • 05
  • 06
  • 07
  • 08
  • 09

Zo werd er gestart, maar gaandeweg werd duidelijk dat door de leden van de SNA, die alleen op zaterdag werkten, geen gestage vooruitgang te boeken was. Besloten werd om Garry vaker en langer naar Nederland te laten komen en bovendien werd Mark Shirley aan het team toegevoegd. Wisselend met drie a vier permanent aanwezige personen zou de klus een betere kans van slagen hebben. Het demonteren van alle kapotte of versleten, dan wel overbodige systemen, was al een hele klus. De motoren moesten voor groot onderhoud naar Precision Engines. De propellers moesten voor hun vijf-jaarlijks onderhoud naar CFS in Coventry, Engeland. Van het plaatwerk moest ongeveer 30 m² romphuid vervangen worden. Dat kon allemaal met de mensen van SNA en het MVKV uitgevoerd worden. Van alle -nu- overbodige systemen die in het verleden waren ingebouwd werd de elektrische bedrading verwijderd. Geschat is dat ongeveer 1 ½ km aan bedrading uit het vliegtuig werd gehaald. Dozen vol. Ook de radio, navigatie en communicatie apparatuur moest geheel vernieuwd worden. Een hele klus, waar voornamelijk Mark Uleman en Jeroen Boogert verantwoordelijk voor waren. Mark heeft thuis aan de keukentafel een nieuwe elektriciteitskabelboom in elkaar gezet. Ook het instrumentenpaneel moest opnieuw gemaakt worden, omdat er andere radio’s in kwamen. Pas aan het einde van de restauratieperiode was dit helemaal gereed.

Foto's van 2004:

  • 01
  • 02
  • 03
  • 04
  • 05
  • 06
  • 07
  • 08
  • 09
  • 10
  • 11
  • 12
  • 13
  • 14
  • 15
  • 16
  • 17
  • 18
  • 19
  • 20
  • 21

Nog een enorme klus: het verfvrij maken van het hele toestel! Ik kan mij niet meer herinneren hoeveel kilo’s aan afbijt er verwerkt is, maar dat moet enorm geweest zijn. In mijn beleving heeft men daar een jaar of meer over gedaan. Op het laatst kregen we ook nog professionele hulp van Quality Aircraft Painting Services (QAPS) van Schiphol. Het was een megaklus. Om een indruk te geven: om alleen al de vleugel te bewerken praten we over een oppervlakte van (onder en boven) 260 m². Dus samen met de romp, staart en wheelwells zou het weleens een totale oppervlakte van meer dan 400 m² kunnen bedragen. Aan het einde van de restauratieperiode kwamen steeds meer onderdelen (ook weer) terug in hangaar 6. Maar aan het vliegtuig was niet te zien dat het ooit nog eens de lucht in zou gaan. Dat was vooral te merken aan de meewarige gezichten van de mensen die bij het vliegtuig kwamen kijken. Die spraken boekdelen.

Na voltooing van de restauratie en het vliegklaar zijn van de Catalina, is uit de SNA de Stichting Vrienden van de Catalina geboren, en daarbij de Stichting Exploitatie Catalina. Deze beide Stichtingen zorgen vanaf 2004 voor het luchtwaardig houden van deze Catalina.

 

Op 14 oktober 1952 raakten de twee Fire­flies 16-30 (LTZV2 Moekardanoe) en de 16-6 (LTZV3 Dekker), tijdens formatievlie­gen, met elkaar in botsing. Moekardanoe kon zich per parachute redden doch Dekker vloog te pletter tegen een heuvelrug van de Seru Grande op Curaçao. De beide toestellen zijn al die jaren op Oostpunt, Curaçao blijven liggen zonder dat er iemand zich om bekommerde. Pas in 1994 werd tijdens een expeditie de wrakken herontdekt. Enige tijd later vervoerde ‘Pelican Air’, een helikopterbedrijf op Curaçao, de staart van de 16-30 van Oostpunt naar de Marinebasis Parera. In februari 1997 werd het staartgedeelte van de 16-30 en het topje van het richtingsroer naar Nederland verscheept. De onderdelen zullen voorlopig bij de SNA blijven en een onderdeel vormen van een speciaal ingerichte stand. Later wordt de mogelijk­heid bekeken of de restanten van beide vliegtuigen geborgen mogen worden wat overigens zeer onwaarschijnlijk wordt geacht.

Deze 16-30 in volle vlucht, en de 2e foto het geborgen staart gedeelte.

  • Firefly_16-30_1952
  • Firefly_16-30_staart_MVKV_051997

Deze enig overgebleven Consolidated PBY-5A Catalina werd na haar actieve periode bij de Marineluchtvaartdienst in bruik­leen gegeven aan het Bosbad te Hoeve. Toen in 1982 geen geld beschikbaar was voor restau­ratie werd het toestel in ruil voor een Hawker Hunter F.Mk6 overgebracht naar het depot vlieg­tuigmate­riaal in Gilze Rijen. Een jaar later werd de Catalina 16-212 in gedeeltes overgebracht naar het Marinevliegkamp Valkenburg voor uitwendige restauratie en herdecoratie. De restau­ratie hield ondermeer in, dat het toestel gereed werd gemaakt om langdurig in de open lucht te kunnen staan. Op alle besturingsvlakken, die oorspronkelijk met linnen waren bekleed, werden aluminium platen geklonken. Dit nam tien maanden in beslag waarna het werd overge­dragen aan het Militaire Luchtvaart Museum in het Kamp van Zeist te Soesterberg.

De Catalina 16-212 zoals deze museum klaar gemaakt wordt.
De Catalina 16-212 zoals deze museum klaar gemaakt wordt.


In 1995 werd met de SNA contact gelegd voor een nieuwe restaura­tie. In april 1996 werd de ‘Cat’ naar het Marine­vliegkamp Valkenburg vervoerd. Door de aanwezigheid op het Bosbad Hoeve en het jaren buiten staan bij het MLM was de toestand van de amfibie erbarmelijk te noemen, zeker voor wat betreft de binnenkant. Helemaal leeggeroofd en geen spant was nog heel. Over de originele verf was een rubberachtige sub­stantie gespoten waaronder verschillende corrosieplekken waren ver­stopt. Wat vroeger nog beweegbaar was, was vast geklonken en uiteindelijk vastgeroest. De blisters waren verwijderd ten behoeve van de Catalina van de Cat Air (C-HFFR). De neuskoepel was geheel ontzet en in de romp waren talloze beschadigingen die, of nooit behandeld waren, of op een onprofessionele wijze waren gerepareerd. De ruimte die vroeger cockpit heette is momenteel één groot gapend gat. Het ligt in de bedoeling om ook het inwendige van de Catalina helemaal opnieuw in te richten zoals het vroeger was. Alles bij elkaar een gigantische klus waar jaren overheen gaan. Hiermee komt meteen de vraag naar voren of er mensen, bedrijven of instel­lingen zijn die in dit project willen partici­peren, hoofdza­kelijk in de vorm voor het aanleveren van onderdelen, foto's, boekwerken, logboeken; eventueel op leen­basis. Door de jaren heen is het toestel geheel afgebeten en gereinigd. Meer dan 150 reparaties zijn op professionele wijze gerepareerd en was het een oefen object voor diverse scholieren die het vak van plaatwerker danig in de vingers kregen. De romp was medio 2000 weer in oude glorie hersteld, werden de ruiten geplaatst en werd de laatste hand gelegd aan het frame van de cockpit. De neuskoepel was praktisch herbouwd.

 

Algemene informatie Catalina's

De PBY Catalina was het onderzeebootbestrijdingsvliegtuig van de Amerikaanse marine vanaf 1936. RAF Coastal Command bestelde ook grote aantallen als aanvulling op de eigen Sunderland. De Catalina werd in grotere aantallen gebouwd (meer dan 4000) dan welke andere vliegboot ooit. Hij was langzamer en minder goed bewapend dan de Sunderland, maar sterk en flexibel. 

Doordat de leveringen van Dornier Do 24's stopten besloot het Ministerie van Defensie over te gaan tot de aankoop van 36 PBY-5 Catalina vliegboten in de Verenigde Staten voor gebruik in Nederlands-Indië. De vliegtuigen namen deel in de strijd tegen Japan. Maar 9 toestellen overleefden de slag en konden ternauwernood wegvluchten richting Australië en Ceylon. Sinds 1942 waren de vliegtuigen in dienst van squadron 321 welke vanuit Ceylon opereerde, dit tezamen met 12 PBY-5A Catalina's (amfibische uitvoering), 2 PBY-5 en 6 PBY-2B-1 toestellen geleend van de RAF.

Na de tweede wereldoorlog kocht het Ministerie van Defensie nog eens 29 Catalina's in verschillende uitvoeringen in Engeland, Australië, Canada en de Verenigde Staten. Ook deze toestellen werden in Nederlands-Indië tewerkgesteld bij squadron 321 en later in het Oostelijke Verkennings- en Transport squadron (OVTS). Na de onafhankelijkheid van de Republiek Indonesië werden een aantal vliegtuigen overgedragen aan squadron 7. In Nederland vlogen een aantal Catalina's bij squadron 8 vanaf Marinevliegkamp Valkenburg voor lesdoeleinden en search en rescue taken.

Dit vliegtuig werd gebouwd door W.G. Armstrong Whitworth Aircraft Ltd. in Engeland. Het is een single engine vliegtuig geschikt voor gebruik aan boord van vliegtuigcarriers. Het prototype vloog voor het eerst op 3 september 1948. De eerste serie gebouwde vliegtuigen vlogen op 14 november 1951. Na deze maiden flight werden er nog 340 gebouwd in diverse uitvoeringen.

De Seahawk in volle glorie, in zijn element.
De Seahawk in volle glorie, in zijn element.

Nederland heeft 22 Seahawks van het type FGA-50 aangeschaft. Deze 22 Seahawks werden in 1957 en 1958 in dienst gesteld. Op 11 oktober 1957 werd de eerste carrier landing uitgevoerd op Hr. Ms. Karel Doorman. In 1978 werd door het Aviodome in Engeland een Seahawk aangekocht. Het toestel is in 1991 door de Neptune Association in een Nederlands kleurenschema gebracht met registratie 118/D. In 1992 werden de voorbereidingen getroffen om deze Seahawk te transporteren voor het 75 jarig jubileum van de Marineluchtvaartdienst.  Tijdens hijsoperaties braken de hijsbouten uit de vleugels en glipte de Seahawk uit de sling om vervolgens neer te vallen op een grote stapel stenen. Het resultaat was een gebroken staartsectie en ernstige schade aan het horizontale stabilo.

De beschadigde staart van de Seahawk 118
De beschadigde staart van de Seahawk 118

Het Aviodome Museum verzocht de Neptune Association om zorg te dragen voor de restauratie van de Seahawk. Er werd in het voorjaar een start gemaakt van de restauratie en nog maar net voor de opening van de MLD traditiekamer op het Marinevliegkamp De Kooy was de Seahawk gereed om te worden getoond.

De Seahawk 118 na de restuaratie.
De Seahawk 118 na de restuaratie, klaar voor het museum.

 

Algemene informatie over de:

Seahawk 118/D

Op 25 juli 1978 werd een Seahawk (type FGA 4) met registratie WV828 aangeschaft in Engeland. Het toestel werd op het Marinevliegkamp Valkenburg in het kleuren­schema gezet van vliegtuigsqua­dron 860 met de registratie 118/D en vervolgens overgedra­gen aan het Aviodome waar het opgenomen werd in de collectie.
In 1992 brak, tijdens takelwerkzaamheden, de staart van dit toestel. Omdat de kans bestond dat het toestel voor schroot naar het buitenland verkocht zou worden, had de SNA zich be­schikbaar gesteld voor de uit­voering van de repara­tie en het terugbrengen in de originele staat.
In de periode 1993/1994 werd de staart gericht, het stab­ilo werd hersteld en het kleurenschema werd opnieuw aange­bracht. Zelfs oude reparaties, ontstaan tijdens het vervoer in 1978, werden op professionele wijze gerepareerd. In april 1994 werd het toestel naar het Marinevlieg­kamp De Kooy vervoerd om opgenomen te worden in de permanente tentoonstelling van de Traditiekamer van de MLD, die op 18 mei 1994 werd heropend door ZKH Prins Bernhard.

Dit type helikopter werd gebouwd door Westland Helicopters Ltd. in Engeland. Het is een single engine helikopter met een driebladige hoofdrotor op een piramideachtige toren boven op de romp. De crew bestond uit 1 piloot met achter hem ruimte voor drie passagiers, welke naast elkaar zaten.

De Sikorsky WS 51 behoorlijk gestript voor de restauratie.
De Sikorsky gestript voor de restauratie.



Binnen de MLD is maar 1 S-51 in dienst geweest en wel van 1951 tot 1959.
De helikopter werd gebruikt als transport heli en voor plane guard duties op Hr. Ms. Karel Doorman.

Sikorsky WS 51 na restauratie klaar voor museum
Sikorsky WS 51 na restauratie klaar voor museum

 

De helikopter met registratie WG 752 was lange tijd opgeslagen geweest in het Aviodome te Schiphol. In april 1992 werd de S-51 beschikbaar gesteld voor de Neptune Association, en derhalve overgebracht naar het Marinevliegkamp Valkenburg. In augustus 1992 was de helikopter voor het eerst zichtbaar in een display op de "Eerste Haagse Luchtvaartdag" welke door de stichting op het Malieveld te Den Haag was georganiseerd.

 

Algemene informatie over de:

Westland WS-51 HR-3 Dragonfly 8-1

Het Nationale luchtvaart museum Aviodome had in augustus 1991 de beschikking over een Westland-Sikorsky WS-51 Dragonfly heli­kopter, een equiva­lent van de Sikorsky S-51. Deze was in opslag genomen zonder verdere plannen.
De S-51 Jezebel was destijds de eerste helikopter die in Nederland vloog. Eerst bij de Stichting Hefschroefvliegtuigen en later bij de Marine­luchtvaart­dienst. Dit eerste en enige toestel in Nederland is na zijn diensttijd uiteindelijk gesloopt.
Na onderhandelingen met het Aviodome werd met de SNA over­eengekomen dat zij de restauratie van de ‘Dragonfly’op zich zou nemen. Begin april 1992 werd het toestel, de WG752, naar zijn voorlo­pige onderkomen vervoerd, het Marinevliegkamp Valken­burg.
De restauratie hield ondermeer in het herstel van het plaat­werk, aanmaak van ontbrekende onderdelen en beschilderen in de originele MLD kleuren. Nadat dit toestel gebruikt was voor de filmopname van de 50 jarige herdenking van de Watersnood in Zeeland werd het voor een jaar opgenomen in de tentoonstelling op het voormalige werkeiland ‘Neeltje Jans’. Tenslotte ging de helikopter via ‘Valkenburg’ uiteindelijk naar het Militaire Luchtvaart Museum (MLM) om daar opgenomen te worden in de helikoptercollectie. Toen in 1995 een ‘open dag’ op het MVKV werd gehouden stelde het MLM de helikopter ter beschikking. Toen alle vliegtuigen van het MLM weer naar Soesterberg werden vervoerd bleef alleen de S-51 eenzaam in hangaar 6 achter. “Doe er maar iets leuks mee” was de enige opmerking. De SNA begon aan de zoveelste restauratie. Een kort telefoontje maakte hier weer een einde aan; “de heli wordt opgehaald ten behoeve van de MLD traditiekamer”. En weg was die weer… Na bijna een jaar kwam de rechtmatige eigenaar op de proppen en transporteerde de heli weer naar Schiphol, lapte het op en sinds begin 2000 staat het weer in het Aviodome als onderdeel van een diorama, dat de Watersnoodramp van 1953 weergeeft.